Eén of twee straatjes erbij, of een compleet wijkje erbij: het zijn sympathieke plannen die goed passen bij veel dorpskernen en waar we succesvol aan werken. Maar de schaal moet kloppen. Niet elke dorpskern groeit op dezelfde manier of in hetzelfde tempo. Daarom zeggen we: bouw zoveel als kan, maar versterk vooral de leefbaarheid. Wat levert écht iets op voor de gemeenschap?
Een straatje erbij is soms het maximaal haalbare. Vanwege de fysieke ruimte of omdat het gewoonweg past bij de lokale woningbehoefte. Toch passen twee straatjes er soms net zo goed bij. Daarmee kun je niet alleen meer woningen toevoegen, maar ook meer tempo maken in de ontwikkeling. Wat vaak over het hoofd wordt gezien: de inzet van ambtelijke capaciteit is nagenoeg gelijk. Of je nu vijftig, honderd of tweehonderdvijftig woningen toevoegt, het kost gemeenten evenveel inspanning om een project op te starten: het opstellen van overeenkomsten, het formeren van projectteams, participatieprocessen organiseren, onderzoeken laten uitvoeren. Dat betekent dat grotere plannen relatief efficiënter zijn. Gemeenten die dat inzien en durven doorpakken, boeken merkbaar meer resultaat.
Er ligt beleid genoeg. Nota’s, convenanten, visiedocumenten: ze stapelen zich op. Maar op straat blijft het stil. Inwoners willen geen papieren toekomst, maar concrete woningen. De grootste bottleneck zit veelal in de uitvoeringskracht. Ons pleidooi: vereenvoudig beleid en pas het specifieker toe. Niet elk dorp heeft baat bij eenzelfde mix van woningtypen. Durf af te wijken van vaste verhoudingen zoals 30% sociaal, 40% betaalbaar en 30% vrije sector. Kijk naar de kern, naar de mensen die er wonen en willen wonen. Wat is nodig om door te kunnen groeien, zonder karakter te verliezen? Geef gemeenten de ruimte om maatwerk te leveren.
Een drempel van vijftig woningen is in veel gevallen een politiek compromis. Het voelt overzichtelijk, bescheiden en behapbaar. Maar het zegt weinig over wat een dorp of kleine kern werkelijk nodig heeft. Kleine plannen kunnen een bijdrage leveren, maar zijn lang niet altijd voldoende om sociale en maatschappelijke voorzieningen overeind te kunnen houden. Scholen, sportverenigingen, buurtwinkels en openbaar vervoer: ze zijn gebaat bij meer bewoners. Met een toevoeging van 100 of bijv. 250 woningen creëer je meer kritische massa, die nodig is om voorzieningen toekomstbestendig te maken. Bovendien kun je dan investeren in passende afspraken met woningcorporaties, infrastructuur, natuurontwikkeling en voorzieningen. Zo bouw je niet alleen meer huizen, maar een volwaardige wijk met levendigheid, samenhang en perspectief.
Of je nu een klein of groot plan ontwikkelt: elke uitbreiding vergt eenzelfde basisinzet. Een omgevingsplan, milieuonderzoeken, participatie. De inspanning is er altijd. Dus waarom niet kiezen voor een grotere, toekomstgerichte aanpak? Laat een dorpskern respectabel groeien, zoals een boom groeit: in jaarringen. Met plannen die je slim kunt faseren, maar die wel passen in een overkoepelende visie. Zo zorg je dat de groei aansluit bij het DNA van het dorp en tegelijkertijd ruimte biedt aan nieuwe generaties. Grotere plannen maken het eenvoudiger om gebruik te maken van subsidies en stimuleringsregelingen, die juist voor dit soort projecten zijn bedoeld. Het helpt bij de haalbaarheid en versnelling van de uitvoering.
De afschaffing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking maakt het eenvoudiger om aan randen van dorpen te bouwen. Dat is winst. Laten we binnenstedelijke en buitenstedelijke opgaven slim koppelen. Lukt het niet om op het dorpsplein een urgente herontwikkeling rond te krijgen? Zet er dan een goed nieuwbouwplan aan de rand van het dorp tegenover. Zo ontstaat er ruimte, ook financieel, om het centrum aan te pakken. Er is fysiek genoeg ruimte om aan de randen van dorpen te bouwen. Wat ontbreekt is niet de grond, maar de durf om het anders aan te pakken en andere prioriteiten te stellen.
Bij bijna elk nieuwbouwplan komt de discussie op gang: bouwen we in de natuur? Maar vaak gaat het aan de dorpsrand om weilanden of maisvelden. Monocultuur. Kijkgroen. Geen plek waar kinderen spelen of wandelaars genieten. Bij grotere plannen ontstaat veelal meer ruimte om natuur terug te brengen die te beleven valt: ecologische zones, groepjes met bomen, waterpartijen, wandelroutes, speelplekken. Wonen en natuur hoeven elkaar niet te bijten. Sterker nog: wie groter denkt, kan natuurinclusiever bouwen.
Het is geen of-of-keuze. Bouw waar het past een straatje, en waar het kan een wijkje. Doe het bewust. Met maatwerk, lef en tempo. Maak gebruik van de mogelijkheden die er zijn en organiseer processen slimmer. Daar valt tijdswinst te behalen. Zo kunnen we écht bijdragen aan het inperken van het woningtekort in Nederland.