Heem van Selis in Boxtel begon rond 2017 als een klassieke gebiedsontwikkeling met duurzame energie ambities. Tijdens het ontwikkelproces werd dit uitgebreid met waterhuishouding, dassen, biodiversiteit en vergaande vergroening. We stelden onszelf een ongemakkelijke vraag: hoe duurzaam is deze wijk nou écht geworden? Samen met NL Greenlabel toetsten we het project achteraf. Niet om een rapportcijfer uit te delen, maar om ervan te leren.
Een energielabel voor de leefomgeving
“Zie een Gebiedslabel als een energielabel voor de buitenruimte”, zegt procesmanager Aart Berghorst van NL Greenlabel. “Dat is alles in een nieuwbouwwijk, tot en met de gevel. We beoordelen thema’s als biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid, materialisatie en mobiliteit.” Dat is geen theoretische exercitie, benadrukt Aart. “Een Gebiedslabel helpt om toekomstige problemen te voorkomen: wateroverlast, hittestress, geluidshinder of verlies van biodiversiteit. Je wilt aantoonbaar maken hoe duurzaam een gebied zich ontwikkelt.”
Voor Marc van Roekel, ontwikkelingsmanager bij Whoon, begon het vanuit nieuwsgierigheid én zelfreflectie. “We zagen Heem van Selis als een behoorlijk duurzame gebiedsontwikkeling. Maar hoe scoort zo’n project nu écht? Wat valt op? Waar zitten blinde vlekken? Die nulmeting wilden we doen. Niet alleen voor deze nieuwe wijk, maar ook voor volgende projecten. In dat kader zijn we partner geworden van The Greenlabel Institute om onze duurzame ambities verder uit te breiden.”
Waarom een B-score waardevol is
Heem van Selis behaalde uiteindelijk Gebiedslabel B (Goed). “Een A-label (Excellent) haal je niet zomaar”, benadrukt Aart. “Dan moet je op alle indicatoren sterk presteren. In Boxtel is een aantal keuzes gemaakt vóórdat er op certificering werd gestuurd. Zaken als materialisatie kun je achteraf niet aanpassen.”
Marc kijkt daarom vooral naar de context: “We hebben helemaal niet ontworpen op een Gebiedslabel. Dat maakt het B-label een mooie score. Bovendien ligt de wijk naast een snelweg. Je kunt veel verzachten, maar bijvoorbeeld luchtkwaliteit en geluid neem je niet volledig weg. Sommige omgevingsfactoren tellen zwaar mee.
De beoordeling levert volgens Marc directe lessen op. “Circulariteit scoorde lager. Dat wisten we en daar sturen we voortaan scherper op. Gebruik je klinkers? Kies dan voor een circulaire fabrikant. Dat soort inzichten nemen we nu mee in onze standaard bestekken en uitvragen.”
Marc van Roekel, Whoon
Volgens Aart zit een tweede leerpunt in de borging. “Betrek de beheerorganisatie van de gemeente vroeg in het proces en maak afspraken over het budget. Zo voorkom je mogelijk kwaliteitsverlies als de gemeente het overneemt.”
Minder steen, meer samenhang
Waar Heem van Selis juist sterk op scoorde? “Op de groenblauwe structuur”, zegt Aart zonder twijfel. “De wijk sluit logisch aan op het Dommeldal en er zijn faunaverbindingen met de omgeving gemaakt. Er zijn wadi’s toegepast, houtwallen aangelegd en bewust keuzes gemaakt om verharding te verminderen. Zelfs ogenschijnlijk kleine ontwerpbesluiten zijn interessant. “Heb je echt dubbele trottoirs nodig? Dat soort afwegingen zaten goed in het stedenbouwkundig plan. Dat straatnamen vernoemd zijn naar martersoorten, draagt bij aan bewustwording bij bewoners.”
Marc noemt nog een ander pluspunt: de samenwerking met bekende, lokale partijen. “We werken graag met vaste, regionale partners. Dat verkort transportafstanden, je weet wat je van elkaar kan verwachten en het past bij hoe wij werken. Verder zijn ecologen, Stichting Das & Boom en Stichting ARK vroegtijdig betrokken. Daardoor zijn doelsoorten vroeg in het traject scherp in beeld gebracht, zoals de das, gierzwaluwen en mussen. Langs de A2 ontstond een robuuste, ecologische dassenzone richting het Dommeldal. Een ontwerpkeuze die biodiversiteit ineens heel concreet en functioneel maakt voor allerlei doelsoorten.”
Aart ziet daarin een bredere les. “Haal zulke partijen vroeg aan tafel. Een potentiële bezwaarmaker kan dan een waardevolle partner worden.”
Grootste winst: tussentijds meten
De belangrijkste opbrengst van de samenwerking zit misschien niet in het label zelf, maar in het proces. “Bij langlopende projecten moet je af en toe de thermometer erin steken”, adviseert Aart. “Anders krijg je achteraf: hadden we dat maar eerder geweten.”
Aart Berghorst, NL Greenlabel
Voor Whoon zit daar de grootste meerwaarde. “Een Gebiedslabel is voor ons een ruimtelijke check. Op basis van een stedenbouwkundig plan kunnen we woonkwaliteit prima zelf beoordelen. Maar hoe zit het met hittestress, regenwater of biodiversiteit? Samen met NL Greenlabel maken we dat inzichtelijk en toetsbaar met een digital twin. De ervaringen bij Heem van Selis én lopende projecten waren voor ons overtuigend genoeg om de NL Ontwerpvalidatie voortaan standaard toe te passen bij grotere eigen gebiedsontwikkelingen.”
“Heem van Selis liep eigenlijk op de tijd vooruit”, besluit Marc. “Gasloos, energieneutraal, natuurinclusief en groenblauwe structuren; nog steeds voldoet de wijk aan de huidige normen. Vooruitlopen in ambitie bleek geen risico, maar een investering in toekomstbestendigheid.”
Het NL Greenlabel voor Heem van Selis is tot stand gekomen in samenwerking met Stedenbouwkundig Bureau CB5.